De carnavalsfontein, ook wel Fastnachtsbrunnen genoemd, rijst bijna negen meter hoog op het Schillerplatz in Mainz en werd in 1967 voltooid. Hij toont meer dan 200 bronzen beelden, waaronder Till Eulenspiegel, vader Rijn en Hans Wurst, die de geest en mythos van de Mainzer Fastnacht belichamen – inclusief het beroemde “Weck, Worscht en Woi”. Vanaf het balkon van het Osteiner Hof openen de grootheden van de Mainzer Fastnacht elk jaar op 11 november officieel het carnavalseizoen.
Hoewel Mainz lange tijd bekend was om zijn vijfde seizoen, ontbrak de stad een monument dat deze traditie afbeeldde. In 1963 besloot de stad een fontein te laten bouwen aan het zuidelijke uiteinde van de Schillerplatz. Het drankbedrijf Eckes financierde het project en initieerde een wedstrijd, die werd gewonnen door professor Blasius Spreng uit München en de Mainzer architect Helmut Gräf.
In de door Gräf ontworpen rode zandstenen fontein rijst de bijna negen meter hoge bronzen toren, bevolkt door meer dan 200 figuren. Vader Rijn, de monnik, Till Eulenspiegel, de stadsgodin Mogontia, de zakkenwasser of de paragraafrijder – de figuren zijn mysterieus, grotesk en tegelijkertijd vertrouwd. Ze weerspiegelen niet alleen het onmiskenbare karakter van de Mainzer Fastnacht, maar belichamen ook op indrukwekkende wijze de bijzondere geest van de stad.


