Door de deur achter het altaar van de indrukwekkende, dwarsgeplaatste zaal uit 1775 komt men in de middeleeuwse toren, die ooit het altaar van het voorgangergebouw vormde. Van daar leidt een moderne trap door het vroegere oostraam omhoog naar de kansel. Aan de wanden, en vooral in de diepe vensterboog van de drie torenramen, zijn hoogwaardige wandbeschilderingen uit de tijd rond 1420 bewaard gebleven. Ze tonen onder andere scènes uit de passie en opstanding van Christus, waaronder Christus op de olijfberg, de bedroefde Christus en "Noli me tangere". De oostwand is gewijd aan het laatste oordeel: de zittende Christus wordt vergezeld door Maria en Johannes de Doper. Deze afbeelding wordt aangevuld met scènes aan de oostelijke zijden van de noord- en zuidramen, die de verdorvenen in de hel en de stoet van de opgewekten met Petrus aan de hemelpoort tonen; daarboven is een kroning van Maria afgebeeld. Het gotische sacramentshuisje werd aan het eind van de 15de eeuw toegevoegd.
