20160407_095139-kopie
img_1290

„Deze dom boven de Rijnvlakte zou me in al zijn macht en grootsheid zijn bij gebleven, zelfs als ik hem nooit meer had gezien,” schreef de schrijfster Anna Seghers.

Ook een millennium na de bouw vormt de Dom van Mainz een wezenlijk onderdeel van het stadsbeeld en de geschiedenis van Mainz. Aan het kruispunt van belangrijke handels- en verkeerswegen ontwikkelde de stad zich, met de werking van de heilige Bonifatius vanaf 746/47, tot het kerkelijke centrum ten noorden van de Alpen en ontving onder aartsbisschop Willigis (975–1011) de eretitel “Heilige Stoel”.

Willigis, tegelijkertijd aartsbisschop van Mainz en rijkskanselier van het Heilige Roomse Rijk, liet in 975 de dom bouwen naar het voorbeeld van St. Pieter in Rome. Gedurende de eeuwen vonden hier zeven koninklijke kroningen plaats. De eerste nieuwbouw van de dom werd echter op de dag van zijn wijding in 1009 door een brand vernietigd en kon pas in 1036 weer in gebruik worden genomen. Willigis zelf vond daarom zijn laatste rustplaats in St. Stephan. Uit zijn ambtsperiode stammen de bronzen deurvleugels van het marktportaal – het oudste bewaarde kunststuk van de dom – waarvan de inscriptie zowel de opdrachtgever als de kunstenaar noemt. De dom heeft drie schepen, twee koren en talrijke kapellen; het westkoren is gewijd aan de heilige Martinus, het oostkoren aan de heilige Stefanus.

Tot op de dag van vandaag is de dom omgeven door een historisch gegroeid ensemble van nevengebouwen, het zogenaamde “Domgebergte” van rode zandsteen. Een markant contrast vormt de romaanse Gotthard-kapel van helder steen, die aartsbisschop Adalbert voor 1137 als huiskapel liet bouwen en waarin een kruisbeeld uit de Staufertijd wordt bewaard. Op de Leichhof werden in 1778/79 naar plannen van Ignaz Michael Neumann de domhuizen met brandveilige steendaken gebouwd – een reactie op de talrijke branden die de dom in de loop der eeuwen telkens weer teisterden. Na een blikseminslag kreeg de westelijke vieringstoren in 1767 een nieuwe stenen torenspits.

Het oostkoren met zijn muren van meer dan twee meter dik is het oudste deel van de dom. Zijn vieringstoren werd in 1793 beschadigd tijdens de beschietingen van Mainz en in de 19e eeuw opnieuw opgebouwd. Onder het oostkoren ontdekte men later een crypte uit de 11e eeuw. Het laatromaanse westkoren ontstond tussen 1200 en 1239 en kreeg in de 15e eeuw een gotische klokkenverdieping. Het rococo-koorgestoelte van 1767 kon bisschop Joseph Ludwig Colmar voor vernietiging behoeden; aan hem is het ook te danken dat de dom na de secularisatie in 1803 niet werd afgebroken.

Sinds 1928 worden de bisschoppen in de crypte onder het westkoren begraven. In totaal rusten 45 van de 84 Mainzer bisschoppen en aartsbisschoppen in de dom. Talrijke grafmonumenten van de 11e tot de 20e eeuw sieren pilaren, muren en de kruisgang en vormen een indrukwekkende portretgalerij van de geschiedenis van het bisdom. Wand- en glas-in-loodschilderingen uit eerdere eeuwen zijn niet bewaard gebleven; de huidige muurschilderingen in het middenschip stammen uit de 19e eeuw.

Bijzonder aantrekkelijke punten zijn het Maria-altaar in de Kettelerkapel met de laatgotische figuren van de "mooie Mainzerin" en de dubbele kruisgang uit de 15e eeuw. In de voormalige kapittelgebouwen bevindt zich tegenwoordig het Bisschoppelijk Dom- en Diocesanmuseum, waarin kostbare werken van religieuze kunst uit de late middeleeuwen en de moderne tijd worden tentoongesteld.

De dom is toegankelijk voor mensen met een beperking; de kruisgang kan via een hellingbaan worden bereikt en er is een aangepaste WC beschikbaar.