Wie men via de Theodor-Heuss-Brücke naar Mainz komt, wordt men onmiddellijk getroffen door het markante, zandsteenrode Kurfürstelijk Kasteel aan de Rijn, dat zich over 75 meter langs de rivieroever uitstrekt. Het geeft vanaf het begin een indruk van de glorieuze geschiedenis van de stad als kurfürstelijke residentie.
Het kasteel is een uitmuntend voorbeeld van de Duitse late renaissance en steekt duidelijk af tegen de naburige laatbarokke gebouwen zoals het voormalige Duits Ordehuis en het Nieuwe Wapenhuis door de kunstzinnige vormgeving van zijn facade.
De bouw begon in het vroege 17e eeuw onder Kurfürst Johann Schweikhard von Kronberg en werd in verschillende fasen voltooid. Ondanks de zware verwoestingen, vooral in de Tweede Wereldoorlog, kon het kasteel met grote detailgetrouwe restauratie hersteld worden en behoort het tegenwoordig tot de architectonische symbolen van Mainz.
Met zijn historische betekenis, de prominente ligging aan de Rijn en de elegante architectuur is het Kurfürstelijk Kasteel een centrale plaats in het culturele leven van de stad. Vooral bekend is de Grote Zaal buiten de landsgrenzen als locatie voor de televisie-fastnachtssitzung „Mainz blijft Mainz, zoals het zingt en lacht“.


